Coureurs




Hans Hugenholtz sr.

De directeur van de 'circustent'


In de voetbalsport kennen we de speler die bij gebrek aan puur voetballend vermogen scheidsrechter wordt en als arbiter tot grote hoogte stijgt. Hans Hugenholtz was graag coureur geworden, maar het ontbrak hem aan de middelen en waarschijnlijk ook aan talent. En daarom werd hij beheerder van de ‘tent’ waarin de artiesten hun kunsten vertoonden. Hij werd de eerste directeur van het Circuit van Zandvoort.

Hugenholtz probeerde al voor de Tweede Wereldoorlog een plek te vinden om een permanent Nederlands autocircuit te vestigen, maar had ondanks dat geen directe bemoeienis met de aanleg van het Circuit van Zandvoort. Wel ontwierp hij later tal van circuits in het buitenland, waarvan dat in Zolder (België), in Jarama (Spanje) en in Suzuka (Japan).

Hij was een veelzijdig mens: bestuurder, journalist, circuit-ontwerper, verkeersdeskundige, kenner van de autosport. Hugenholtz hield er duidelijke meningen op na op het gebied van mobiliteit en verkeersbeleid die echter in Den Haag weinig weerklank vonden. Niettemin was hij zo’n beetje de enige in Nederland die de aanwas van het Nederlandse wagenpark correct voorspelde. De officiële ramingen werden steeds weer door de werkelijkheid ingehaald. Er kon in zijn tijd vrijwel geen club worden opgericht of Hugenholtz was erbij betrokken. Tijdens de oprichtingsvergadering nam hij dan meestal ook maar meteen het voorzitterschap op zich. Zo was hij voor de Tweede Wereldoorlog mede-oprichter van de NARC (Nederlandsche Auto Ren Club) en in 1952 van de AICP (Association Internationale des Circuits Permanents), de internationale associatie van permanente circuits.


‘The Merry Milestone’

Omdat de schoorsteen van ‘The Merry Milestone’, zoals hij zijn huis aan de Duindoornlaan in Bentveld had gedoopt, ook moest roken, zag hij zich soms gedwongen terreinen te betreden die hem minder sympathiek waren. Zoals het schrijven van onduidelijke, lange duurtests in opdracht van bedrijven om de kwaliteit van hun producten aan te tonen.

In Hugenholtz is de geest van de jaren van voor en na de oorlog altijd blijven sluimeren. Hij had een creatieve geest die door die ‘kwajongensjaren’ werd geďnspireerd. Deelname aan de historische Blériot race in 1959 waarmee de eerste Kanaalvlucht werd herdacht en de deelnemers zo snel mogelijk van Londen naar Parijs, of omgekeerd, moesten zien te komen, zette hem aan tot het schrijven van een gedenkwaardig artikel over die wedstrijd. Daarin liet hij zich vervoeren met Nederlandse producten: de Fokker S14 straaltrainer en, op de grond, door Rob Slotemaker (Londen) en Henk van Zalinge (Parijs) in de door Van Zalinge ontworpen en gebouwde Hirondelle rensportauto’s.

Een gave practical joke was dat hij relaties een fles rode wijn stuurde waarvan het etiket de naam Hugenholtzbocht droeg. Hij liet het voorkomen alsof op dat deel van het Zandvoortse circuit ooit wijn was verbouwd. De bocht onder aan de Hunserug werd bij zijn afscheid van het circuit in 1973 de Hugenholtzbocht gedoopt. Hans voorzag de goedkope, nog net te drinken landwijn van de naam ‘Het Hugenholtz Bocht’. Voor de goede verstaander ging het dus niet om de Hugenholtzbocht maar om het rode bocht van Hugenholtz.

Intens genoot hij van het contact met de groten van de Formule 1-wereld die elk jaar voor de Grand Prix naar Zandvoort kwamen. Het evenement trok altijd veel hooggeplaatste personen aan, onder wie Prins Bernhard die al in 1939 de eerste races op het stratencircuit volgde. Een enkele keer wendde hij zijn relaties tot eigen voordeel aan. Autovisie meldde eens dat zijn Riley te koop was. Aanbeveling: ‘De lederen bekleding van de passagierstoel vertoont zitvlak-afdrukken van Fangio, Gonzalez, Villoresi en Farina’.